Ik ben opgegroeid in een gezin van niet zeuren, maar doorgaan. De tandarts was niet eng, inentingen zijn niet eng, vallen doet geen pijn, enzovoort. Ik mocht me niet aanstellen, alles valt wel mee, het kan altijd erger. Gevoelens komen bij mij harder binnen dan bij mijn ouders en voor mijn gevoel was hier nooit ruimte voor om over te praten. Ik moest me altijd groothouden en sterk zijn. Mijn hele leven lang was ik bezig om niemand boos te maken, geen fouten te maken, me aan te passen aan de wensen van andere. Ik wilde geen probleem veroorzaken, niet lastig zijn, door iedereen leuk gevonden worden, andere mensen te helpen en maakt niet uit over welke grens. Ik geloofde niet dat mensen elkaar met opzet pijn konden doen of vernederen. Dat mensen elkaar konden gebruiken, alleen voor hun eigen zaken. Naïef is hier een goed woord voor. Wanhopig hield ik hierdoor vast aan in mijn ogen vriendschappen die mij meer kwaad als goed deden. Toen ik 12 was kreeg ik diabetes type 1 wat door mijn omgeving en behandelend artsen werd bestempeld als een makkelijk ziekte. Hierdoor mocht ik het van mijzelf niet moeilijk en lastig vinden om dit te hebben. Door de mentaliteit die ik als klein kind had opgebouwd vroeg ik nooit om hulp en wilde ik alles zelf oplossen.  

Ze, mijn eetstoornis, vertelde me dat ik niet goed genoeg was, nooit zal zijn. Ze liet me geloven dat ik niks waard was, liefde voor mij niet was bedoeld. Ze vertelde me dat ik nergens goed in was, geen talenten heb.  Het werd logisch in mijn hoofd dat ik gepest, uitgescholden, vernederd, genegeerd werd. Ik ben tenslotte niks waard, ik had die fout niet moeten maken, ik moet gewoon niet zo stom zijn. Alle leuke dingen vervagen al snel, want je hoofd zit vol met die ene stomme opmerking of die vervelende gebeurtenis. Ze ontneemt je van je trots, je zelfrespect, je kijk op de wereld. Ze zal bepaalde gebeurtenissen steeds opnieuw uitvergroten, opnieuw laten voelen, totdat je je zo wanhopig voelt en ze je een helpende hand kan bieden. Als een parasiet die zich langzaam verspreidt in je lichaam, die er langzaam voor zorgt dat zij je leven beheerst.

Haar overtuigingen gaan heel ver en diep. Elke dag opnieuw totdat je naar jezelf in de spiegel staart en jezelf vertelt dat je te lelijk, te dom, te mislukt bent voor deze wereld. Ik werd te onzeker om mensen aan te kijken, contact te maken met andere, complimenten niet meer kon aannemen en paniekaanvallen kreeg in de gang de school. Dit alles onderging ik alleen en als ik hier met iemand over sprak dan bagatelliseerde ik dit weer. Ik stond bekend om mijn grote mond en iedereen geloofde dat ik alles wel zelf kon oplossen. Ik had wel een groep vrienden, maar mijn masker was dik. Door alle overtuigingen die je over jezelf krijgt en elke dag hoort zal ze je meenemen naar een plek vol met duisternis en daar zal zij het licht zijn. Ik zou willen dat ik wist dat zij die donkere wereld heeft gecreëerd voor mij. De gedachten waren van haar, niet van mij. Het was voor haar zo simpel om mij over te nemen. Ik was tenslotte toch alleen maar bezig met andere. Ik had geen grenzen, ik had geen manier om weerstand te bieden tegen haar, ik kon niet omgaan met mijn emoties. Ik was een omhulsel waar ze zich makkelijk in kon bewegen.


De uitingen van mijn eetstoornis begonnen allemaal klein na mijn eindexamen :
Ciska, als je nou wat meer op je eten let.
Ciska, je hebt nu wat meer tijd om te gaan sporten.
Ciska, probeer wat minder vette dingen te eten.
Ciska, dat is goed voor je diabetes.
Het voelt fijn om te sporten he Ciska ?
Ciska, kom op, even naar buiten , een rondje skeeleren. Je bent zo goed bezig
Ciska, er kan wel een boterhammetje af toch ?
Ciska, powervrouw, jij kan nog wel wat meer oefeningen doen !
Ciska, je bent zo goed bezig. Ik ben zo trots op je !
Ciska, als je wat afvalt dan zullen mensen respect voor je hebben. Dan kan je aan iedereen laten zien hoe sterk je bent en zullen mensen tegen je opkijken.  Niemand zal je dan nog pesten of laten vallen.

Ze verleidde me, ze lokte me in haar val. Ze maakte het zo mooi om me aan mijn strakke sport en eetschema te houden. Ik voelde me krachtig en blij. Iets wat ik al een tijdje niet meer had gevoeld. Door al het gepest op school, mijn eigen karaktertrekken, het niet kunnen accepteren van chronisch ziek zijn, heb ik een lange tijd moeten zwemmen. Het moment dat ik aan het verzuipen was, was het moment waarop juffrouw anorexia me redde. Ik had haar op dat moment blijkbaar nodig om er weer bovenop te komen. Ze was er al langer hoor .. de gedachten die ik eerder heb beschreven zaten er bij mij al vrij vroeg in. Haar motiverende, overhalende uitspraken werden opdrachten.

Ciska, je gaat nu sporten. Je sport altijd om 7 uur, lui varken.
Ciska, je hebt jaren genoeg teveel gegeten en niks gedaan.
Ciska, stel jezelf nou niet teleur.
Ciska, er kan nog wel een boterham af joh ! Heb je niet nodig
Ciska, lekker bezig meid ! Doe er nog maar een extra workout filmpje bij
Ciska … al die dextro en extra boterhammen doen je geen goed hoor
Ciska, ik weet zeker dat jij snack a jack heel lekker vind. Net zoals crackers beter zijn dan brood.

Niet veel later sprak ze mij niet meer aan, maar deed ik beroep op haar. Ik vond het makkelijk om haar te volgen. Ik had iemand nodig die me wegwijs maakte in dit leven. Ik had eigenlijk niet eens door dat er iemand anders aan het stuur zat, want ik dacht dat ik dit allemaal zelf wilde. Ze kon me ook altijd goed voor de spiegel laten staan en me dan laten herhalen wat ik zo lelijk vond. De dingen die ik niet mooi vond werden punt van alle aandacht. Dit overtuigde mij ervan dat ik nog door moest gaan met wat ik aan het doen was. Standaard om 7 uur ging ik sporten, hetzelfde rondje skeeleren en nog een halfuur workout filmpjes. Ik werkte overdag en reed paard, ik was  uiteindelijk elke dag zo moe. Ik leefde in een roes, ik wist waar ik aan toe was, ik wist wat mij te doen stond. Er tegenin gaan had niet zoveel zin. Ik had geen grenzen waar ik naar kon luisteren. Het sporten en minder eten gaven me een goed gevoel. Juffrouw anorexia stond me deze gevoelens toe. Een vriendin zei nog tegen mij dat ik wel moest oppassen. Maak je geen zorgen zei ik … ik heb alles onder controle loog ik.

In 3 maanden tijd was ik veel gewicht verloren. Ik spoot nog weinig insuline, wat voelde als een overwinning. Ik had nu eindelijk de controle over mijn diabetes !  Foute gedachten, ik had 3x in het ziekenhuis gelegen. Ik had dan hypo´s in mijn slaap waar ik niet uit kwam en dan een epileptische aanval kreeg. Tijdens mijn laatste opname vertelde ze mij dat ik een eetprobleem had. Een eetprobleem ?! Wat dachten die mensen wel niet. Ik woog mezelf niet, ik telde geen calorieën, ik ben gewoon lekker bezig !  Ze vertelden mij dat als ik wat meer at, ik weer naar huis mocht en pony kon rijden. De eerste dag vertikte ik dit, ik liet me niet meer dwingen. Ik wilde geen dingen meer doen alleen omdat andere dat wilde. Die avond keek ik mezelf in de spiegel aan en vertelde mezelf dat ik dan maar wat meer zou eten, zodat ik weer pony kon rijden. Juffrouw anorexia stond dit toe. Eind dat jaar ging het niet veel beter en heb ik kerst en oud & nieuw in het ziekenhuis doorgebracht. Oud & nieuw was ik alleen, maar doordat ik zo in mijn eigen wereld zat deed dit niks met mij. Bezoek nam kruidnootjes en chocolade mee, maar dit raakte ik niet aan.

He Ciska, het is best lekker zo he ? Je mag de hele dag een beetje knutselen, spelletjes doen, kinderen vermaken. Alles word je voor je geregeld en je hoeft alleen maar te voldoen aan die paar afspraken. Lekker ontspannen wel he ? Even lekker genieten van alles ! Heb ik even goed voor je geregeld he ? Zonder mij zat je nu weer fulltime op school, opdrachten, toetsen … pff nee dit is veel beter he ? Ik zal je blijven steunen hoor, wij gaan het maken in het leven !

Juffrouw anorexia had hier een goed punt. Op de middelbare school heb ik echt moet overleven, mezelf moeten redden, en nu ineens werd er voor mij gezorgd. Ik wist aan welke verwachtingen ik moest voldoen om iedereen tevreden te houden en het ziekenhuisleven werd mijn wereld. Ik vond het daar prettig en veilig. Na oud & nieuw in het ziekenhuis te hebben gevierd, ging ik naar een kliniek voor jongeren met psychische problematiek. Ik heb hier 4 maanden gezeten toen ik weer naar huis mocht. Het enige wat ik daar heb geleerd is calorieën tellen en stiekem sporten.  Ik was er nog niet klaar voor om mijn eetstoornis los te laten. Ik vond mijn eetstoornis prettig, fijn om te volgen. Toen ik met ontslag ging kwam juffrouw anorexia terug. Groter, sterker en machtiger. Binnen no time zat ik op mijn dieptepunt waarin ik van wakker worden tot slapengaan bewoog. Als ik een keer niet gehoorzaamde aan haar dan kreeg ik een paniekaanval, huilbuien, en moest ik mezelf straffen dmv van nog meer sport. Door mijn kinderarts is er hier een halt toegeroepen, opnieuw een opname en complete bedrust. Dit was vreselijk …. mijn lijf was op maar juffrouw anorexia zat nog vol energie.

Ze vond allerlei manieren om tussen de regels door nog haar eigen plan te trekken waardoor iedereen boos op me werd. In dit stadium kon ik het voor niemand ooit goed doen. In dit stadium vond ik mijn eetstoornis ook helemaal niet meer prettig of fijn om te volgen. Ik had alleen geen controle meer, ik was te zwak om ook nog maar iets anders te doen dan te volgen. Ik wist ook niet meer hoe ik me anders moet gedragen, ik wist niet meer wat normaal was. Alle regels en gedragingen van de eetstoornis waren normaal voor mij. Hierna ben ik weer opgenomen geweest in dezelfde kliniek. Ik vond dit echt heel erg, begreep niet waarom ik het zo ver had laten komen en door het contact met vrienden wilde ik een ander soort leven dan waar ik nu in zat. Ik kreeg kalmeringsmedicatie die wat meer rust in mijn lijf en ruimte in mijn hoofd gaf en door het programma in de kliniek krabbelde ik langzaam omhoog. Ik begon te begrijpen dat de doelen van mijn eetstoornis en de doelen van mijzelf niet hetzelfde waren. Ik ging ook inzien dat mijn eetstoornis een heel ander stemmetje in mijn hoofd was. Ik leerde om deze stem te scheiden van mijn eigen stem. Mijn eigen stem leerde ik pas kennen toen ik 17 was. In de kliniek leerde ik ook weer wat normaal doen was. Door mijn overlevingsstand op school en door mijn eetstoornis heb ik heel lang mijn emoties uit kunnen schakelen of negeren. Ik werd gedwongen te praten. Te praten over wat er in mij omging , waarom ik dingen deed en wat ik voelde. Ik leerde mijn emoties een plekje te geven en te accepteren dat het leven niet altijd over rozen gaat.

Doordat ik in therapie veel over mijzelf leerde en mijzelf leerde kennen had ik ook meer kracht om tegen mijn eetstoornis in te gaan. Dit gevecht tegen mijn eetstoornis heeft mij nog meer in de persoon laten groeien wie ik nu ben, ik leerde voor mezelf te kiezen. Ik heb hierdoor geleerd om bepaalde grenzen te voelen en te leren aangeven, dat ik de mensen die voor mij niet goed zijn leer loslaten, hoe ik voor mezelf moet opkomen, dat er meer dan 1 manier is om ergens in te slagen, dat fouten maken horen en nodig zijn om te groeien. Ik accepteerde dat ik niet alles in 1x hoef te kunnen en dat ik me niet altijd optimaal hoefde te voelen. Hoe meer mijn persoonlijkheid groeide, ik zelf kon zeggen wat ik wel en niet leuk vond, ik op mijn eigen mening leerde vertrouwen en dingen ging doen waar ik blij van werd, hoe minder ik mijn eetstoornis nodig had. Ze praatte nog wel tegen me, schreeuwde soms, won ook nog wel eens, maar stukje bij beetje liet ik haar los en zij mij. Helemaal toen ik mezelf leuker begon te vinden en weer van mezelf leerde houden, te focussen op de binnenkant en niet alleen op de buitenkant.

Inmiddels ben ik werkzaam als woonbegeleider in de gehandicaptenzorg en ben ik ervaringsdeskundige vrijwilliger binnen het Leontienhuis. Ik heb zelf tijdens mijn herstel kunnen ervaren hoe waardevol een ervaringsdeskundige is en ik ben blij dat ik op deze manier een positieve draai kan geven aan alles.

Terug naar overzicht

De Vlinder

"Een vlinder symboliseert verandering; vanuit de ogenschijnlijk levenloze cocon wordt een fragiele schoonheid geboren. Ook voor mensen met een eetstoornis is deze verandering mogelijk!"