Ik genoot van mijn tienerjaren toen de eetstoornis mij opzocht. Ik stond volop in het leven, genoot van alles wat op m’n pad kwam en niets hield me tot nu toe daarin tegen. Een sociale, spontane meid, met een studie die bij me paste. Een vriend en een grote vriendengroep om me heen bij wie ik mezelf kon en mocht zijn. Het leven lachte me toe en ik voelde me daarmee gezegend. Eten was er gewoon; ik at waar ik trek in had en schoof aan tafel zonder daarbij na te denken. Ook schoof Sonja Bakker in deze jaren bij ons gezin aan, want mama deed haar zoveelste dieet poging. ‘Onzin’, ze was goed zoals ze was. Toch werd mijn nieuwsgierigheid gewekt. Met een eerste blik in het boek, kwam ook jij om de hoek kijken en ik werd er onzeker van. Dit gebeurde wel vaker in die tijd, want een nieuwe studie in een grote stad vond ik erg spannend! De weekmenu’s leken niet op mijn eetpatroon en het leek me geen kwaad te kunnen om ze eens uit te proberen, want dit zou misschien wel een aanvulling kunnen zijn op de sportopleiding die ik volgde. Vanaf dat moment greep jij je kans, zette een tandje bij en voedde mijn onzekerheid met allerlei destructieve stemmetjes. Ook maakte je daarbij gebruik van m’n faalangst en perfectionisme. Het boek gaf me controle over mijn voeding en dat wierp samen met het sporten z’n vruchten af. Elke keer wanneer de weegschaal omlaag ging, voelde ik me sterker. De perfectionist in mij vond dat het nog beter kon en ik begon voedingsmiddelen van het menu te schrappen.

 

Mijn geluk liet ik afhangen van het getal op de weegschaal; erg ‘gelukkig’ dus in deze tijd. Mijn omgeving begon zich zorgen te maken en benoemde dit. De eetstoornis sprak dit tegen en ik geloofde dat, ‘hij’ gaf me immers kracht. Ook werd mama in deze tijd voor het eerst ziek en onderging een operatie, chemo en bestraling. Het was dus ‘logisch’ dat ik door deze stress wat was afgevallen; de eetstoornis leerde me met deze smoesjes zichzelf te beschermen en dat ‘hij’ mij houvast gaf in onstabiele tijden. Toch werd ik wederom onzeker door de opmerkingen over het feit dat ik toch wel erg mager werd; ik dacht immers dat ik goed bezig was. Blijkbaar had ik gefaald in ‘goed zijn’. Om iedereen gerust te stellen, wat ik maar al te graag deed, begon ik langzaamaan wat meer te eten. Dat was het moment dat ik merkte dat ik de eetstoornis al te veel ‘gevoed’ had, want waar ik nu wel wilde eten, lukte dat me niet meer door alles wat de stemmetje me toe riep. De eetstoornis nam me bij de hand en liet me een andere route zien die we samen konden gaan en waar ik ook goed in zou zijn. De eetstoornis werd een veilig mechanisme waar ik me letterlijk en figuurlijk in bewoog, waar het mij leerde overleven met veel compensaties en vooral te blijven lachen. Steeds minder nam ik deel aan sociale gelegenheden, ze werden zelfs eng en bedreigend, waardoor perioden van afzonderen en eetbuien volgden. Dat m’n relatie met m’n vriend en m’n moeder onder druk kwamen, nam ik voor lief. Achteraf logisch dat ik me tegen ze verzette, want ze hadden de eetstoornis door en ik wilde die niet kwijt. Het gekke was dat ik ook echt begon te denken dat de eetstoornis bij me hoorde.

 

Zolang ik maar niet voelde, alle ballen hoog hield en me bleef bewijzen was er best zo te leven. Maar die ballen werden te zwaar, de lat lag voor het eerst te hoog en ik kon niet meer tegen de onrust in m’n lichaam. Voor het eerst sinds lange tijd liet ik emotie toe, vertelde over de aanwezigheid van de eetstoornis en wilde ik ervan af, want met een eetstoornis valt niet te leven! Hoeveel het al had aangericht bleek toen ik overspannen en depressief thuis kwam te zitten. Hoe kon ik nou falen?! Ik voelde me ongelukkig en zwak wat gepaard ging met harde oordelen en verwijten naar mezelf; ‘mislukkeling’, ‘eigen schuld’, ‘zwakke’, ‘had ik maar door moeten zetten’, ‘nu word je dik’ etc. Tijdens mijn therapie bij de GGZ leerde ik inzicht krijgen in m’n eetpatroon en werd me verteld dat praten goed zou zijn. Maar ik had de eetstoornis nog te hard nodig, waardoor ik me niet open stelde en de therapieën ‘doorliep’. Toch kwam er weer een omslagpunt; m’n moeder sprak haar zorgen uit. Met een steuntje in de rug van antidepressiva, maakte het dat ik weer wat moed kreeg om tegen je te vechten en het gevoel had de eetstoornis aan te kunnen. Doordat ‘het stemmetje’ dit niet leuk vond, begon het harder te schreeuwen, wat resulteerde in nog meer eetbuien, braken en sporten. M’n werk bouwde ik weer op, maar was wel zo eerlijk naar mezelf om te zien dat ik er psychisch nog niet was. Ik nam een vriendin in vertrouwen en zo kwam ze met het idee om een intake te doen bij Human Concern.

 

Een opluchting toen mijn eerste therapeute tegenover me zat en ons begreep, maar ook zag dat ik een individu ben met mijn eigen krachten en eigenschappen, los van de eetstoornis. Voor het eerst leerde ik echt zelf keuzes te maken, maar echte gevoelens liet ik niet toe. Een haat-liefde verhouding met de eetstoornis, maar ook met mezelf, volgde. Een periode waar ik onzeker werd omdat ik niet wist wie ik was, op zoek ging naar aandacht en waar m’n sportverslaving tot een hoogtepunt kwam. Blijkbaar had ik de eetstoornis nog ergens voor nodig, maar waarom dan? Wisseling van therapeuten volgenden en allemaal hadden ze 1 ding gemeen; ze kaartten mijn band met mama aan. Dat we een moeizame relatie hadden zag ik wel, maar meer dan dat ook niet. Ik was nog niet klaar om te voelen...

 

Op het moment dat m’n man in m’n leven kwam, vijf jaar na de eetstoornis, had ik sinds lange tijd weer het gevoel dat ik er mocht zijn als persoon. Hij accepteerde me hoe ik was en wist van de eetstoornis. Iedereen zag aan mij dat hij me goed deed, wat ik zelf ook merkte en waardoor ik de eetstoornis verrassend minder nodig begon te hebben. Die stond aan de zijlijn toe te kijken... Dat ik de eetstoornis toch nog nodig had bleek toen mama ongeneeslijk ziek bleek. Die zorgde ervoor dat ik niet hoefde te voelen en een vluchtroute had. Het was een vlucht voor de werkelijkheid, want voor het eerst zag ik het verband tussen de eetstoornis en mama en hoe deze verweven was met mij. Als snel stopte ik ook dat gevoel weg omdat ik me ervoor schaamde. Die periode leek een eeuwigheid te duren, maar toch ook veel te snel te gaan. Was ik klaar voor wat er komen zou?

 

Therapiesessies gingen, net als therapeuten, voorbij met de daarbij horende spannende en enge uitdagingen op vooral sport- en eetgebied. Ik voelde me goed op het moment dat ik het was aangegaan, maar ondanks dat gevoel vermeed ik deze uitdagingen ook regelmatig. Door de jaren heen heb ik geleerd dat de eetstoornis me dan wat vertelde. Om te luisteren naar dat verhaal, moest ik wel bij m’n gevoel komen. Maar hoe doe je dat als je dit al jaren geblokkeerd heb? Wat komt er naar het oppervlak als er wordt gegraven en kan ik dat dan wel aan? De angst dat het me te veel zou zijn en dit niet aan te kunnen hield me tegen. Gelukkig waren er veel lieve mensen om me heen die me steunden en lieten zien dat ik al veel overwonnen had, maar nu nog in mijn eigen kracht mocht gaan geloven.

 

Met deze drive en alles wat ik al had geleerd over de eetstoornis, zette ik me over angsten, kreeg ik meer zelfvertrouwen en luisterde dit keer echt goed naar wat de eetstoornis me wilde vertellen. Diepgewortelde pijn, verdriet en schaamte kwamen naar het oppervlak over de verwijten die ik de laatste jaren naar mama heb gehad en de afstand die daaruit is ontstaan. Eindelijk was dit bespreekbaar en leek ik de eetstoornis daardoor minder nodig te hebben; zelfs op de moeilijkste momenten in mijn leven niet, waar je normaal gesproken jouw kans gegrepen zou hebben.

 

Die 10 jaren heb ik veel met de eetstoornis meegemaakt. Nu heb ik de kracht om m’n eigen keuzes te maken zelf weer in de hand. Maar zonder die jaren zou ik niet zijn wie ik nu ben; dankbaar voor het leven, af en toe onzeker omdat dat mag en iemand die zich open en kwetsbaar durft op te stellen, omdat dat ook een kracht is. Ik ben ik en dat is goed.

 

Terug naar overzicht

De Vlinder

"Een vlinder symboliseert verandering; vanuit de ogenschijnlijk levenloze cocon wordt een fragiele schoonheid geboren. Ook voor mensen met een eetstoornis is deze verandering mogelijk!"