Ik ben Christa, geboren in 1961.

In mijn schoolperiode was ik een verlegen en onzeker meisje. Ook thuis durfde ik niet veel te praten. Ik was net 17 jaar en van school af toen ik intern ging wonen en een opleiding ziekenverzorging ging volgen. De opleiding verliep niet goed. In die periode vond ik het wonen erg gezellig, maar ik bleef onzeker en bang, daardoor kwam ik met mijn opleiding in de knoop. In die periode vonden mijn ouders mijn gewicht niet oké en het gezellige leven en het eten met elkaar moest maar afgelopen zijn: ga maar eten op je werk. Toen is de eetstoornis begonnen. Mag het niet dan eet ik niet en zeker het eten niet op mijn werk. Ik laat wel zien dat ik ergens goed in ben. Minder eten of maaltijden overslaan ging in het begin best goed en ook de kilo’s vlogen ervan af. De complimenten die ik kreeg deden mij goed. Alleen gelukkig zijn en voelen, dat was er niet meer bij. Ik kon het niet volhouden om weinig tot niets te eten en ik ben snel overgegaan naar overeten en weer zorgen, dat ik al het eten er snel weer uit kon spugen boulimia. Het ging van kwaad naar erger. Ook voelde ik me steeds meer eenzaam, ellendig, moe en futloos. Ik hield mij staande door te werken en mezelf te verstoppen. Toen ik mijn nu nog huidige partner ontmoette opende zij mijn ogen: Jij bent ziek en je hebt een eetstoornis. In die periode was er nog weinig bekend en begon de zoektocht in hulpverlenend Nederland.

Bij elke hulpverlener maakte ik een stapje, maar helaas niet voldoende, tot ik mij liet opnemen bij de GGZ. Zij hebben met mij aan de achterliggende problematiek gewerkt. Toen ik daar was en goed om mij heen ging kijken, dacht ik hier wil ik nooit meer komen en dat was het begin van mijn herstel. Na de opname en weer thuis moet je het alleen doen. Wat is het dan toch weer moeilijk. Op mijn werk werd er gezamenlijk geluncht. Wat fijn: je blijft goed in structuur wat belangrijk is. Het helpt om regelmatig en voldoende te eten. Ik merkte dat je dan geen eetbuien meer krijgt. Stap voor stap met vallen en opstaan gaat het goed. Ik ging mij, in de periode wanneer het goed ging, mij ook weer prettig voelen en dat gevoel wilde ik vast houden. Ook heeft het mij geholpen, dat er fijne mensen in je omgeving zijn, die je steunen en helpen. De moeilijkste momenten waren, wanneer ik alleen was. Wat ga je dan doen met je tijd. Ik had honden en kon lekker buiten een wandeling maken en wanneer ik het moeilijk had ging ik een vriendin bellen. Lekker lang kletsten. Ik bedacht van te voren een plan om te doen en dat hielp: een goede afleiding, maar ook zorgen dat er goede rustmomenten zijn was belangrijk. Doordat ik weer regelmatig ging eten ben ik mij ook steeds beter gaan voelen. Ik werd minder onzeker en angstig en het allerbelangrijkste: de stemmen van de eetstoornis werden steeds minder en ik kreeg weer rust en ruimte in mijn hoofd. Soms komt het weer, maar nu ben ik zo sterk dat de eetstoornis geen kans meer krijgt.

Ik wil mij nooit meer zo voelen. Ik heb nu een fijne partner, vrienden en baan en het allerbelangrijkste ik voel mij gelukkig zonder eetstoornis.

Terug naar overzicht

De Vlinder

"Een vlinder symboliseert verandering; vanuit de ogenschijnlijk levenloze cocon wordt een fragiele schoonheid geboren. Ook voor mensen met een eetstoornis is deze verandering mogelijk!"